Schilder
Vader van Gabriël de Pauw. Hij genoot een opleiding aan de academie te Mechelen onder leiding van W. Rosier (1910-1912). Hij had een voorkeur voor o.a. sneeuwlandschappen, portretten en stillevens. Hij hield van sneeuwlandschappen en trotseerde vaak uren de vrieskou om buiten te gaan werken.
Uit de pers hieromtrent: ” In enkele uren tijd kon hij een verbluffend aantal schetsen vervaardigen, en deze kregen niettemin de waarde van voltooide schilderijen, door de grote waarheid en verbluffende raakheid waarmee verschillende momenten van het sprookjesachtige sneeuwspel er genoteerd stonden.”
Hij debuteerde expressionistisch en hij evolueerde naar een fris luminisme en intimistischer werk.
Hij werd in 1920 uitgenodigd door prins Victor de Polignac om in zijn kasteel te Rozières/Frankrijk te komen werken, waar hij talloze landschappen schilderde.
Zijn werken hangen o.a. in het museum te Brussel, Sint-Niklaas en het gemeentehuis van Temse.